Dagboek van een kat - Sneeuw



Ik ben me lekker aan het wassen als ik het geluid hoor van de slaapkamerdeur die opengaat. Eten! In tweestrijd staak ik tijdelijk het waskwartier. Ik had net mezelf een fijne houding aangeleerd, zodat ik goed bij mijn lies kon komen. Dat had nogal wat oefening gevergd en het zou verspilde moeite zijn om het schoonmaken nu niet af te maken.

Met gespitste oren luister ik naar de voetstappen op de gang. Brammetje, mijn broertje, heeft al een sprintje getrokken en staat al ongeduldig te mauwen voor de deur die nu elke seconde open kan gaan.

Uiteindelijk besluit ik toch naar mijn natuurlijke driften te luisteren. Ik heb honger! Ik ontvouw mezelf uit de net aangeleerde houding, spring van de bank af en trippel naar de deur.

Je blijft ook maar volhouden dat het mauwen werkt he? In gedachten rol ik met mijn ogen naar Brammetje. Ik had eens gezien dat Lena dat deed toen Daan een grapje maakte. Katten kunnen dat natuurlijk niet, dus vandaar dat ik het in gedachten doe.

Reken maar dat het werkt Boris! Lena doet altijd sneller de deur open als ik mauw. Daan gaat vaak eerst naar de wc. Duurt eindeloos. Ik hoop dat het Lena is, want ik heb honger!

Nog voordat Brammetje uitgesproken is, gaat de deur open. Het is Lena! Ik trippel eerst de gang op om te kijken of ik een spoor van Daan kan ontdekken. Dat doe ik tegenwoordig elke ochtend, maar vandaag is de deur naar de slaapkamer dicht, dus ik vermoed dat Daan is blijven liggen.

Lena ziet mij kijken en zegt: ‘Misschien later...’ Ze staart even naar de slaapkamerdeur en knijpt haar ogen samen, alsof ze Daan er doorheen probeert te zien.

Ik mauw, om te laten merken dat ik het begrijp.

Dan begroet ik enthousiast mijn baasje en krul me om haar blote benen. Ze heeft haar blauwe badjas en favoriete wollen sokken aan. Dat heeft ze mee eens vertelt en omdat ze de sokken bijna elke dag aan heeft, zal het wel zo zijn.

Brammetje begroet Lena ook, maar doet er een schepje bovenop. Hij mauwt én spint! Uitslover! Ik houd het bij een paar korte mauwtjes, maar laat wel merken dat ik blij ben haar te zien.

Lena is ook blij ons te zien, want ze kriebelt ons achter de oren en aait ons over onze ruggen.

‘Goedemorgen lieverds!’ roept ze enthousiast naar ons, haar humeur in een oogwenk omgeslagen.

Tjonge, die is opeens vrolijk. Zou er vandaag een feestje zijn of zo? Vraagt Brammetje aan mij.

Een feestje? Ik hoop het niet. Meestal komen er dan veel mensen over de vloer en daar voel ik mij niet prettig bij. Vooral de mensen die denken dat ze je zomaar overal even mogen aaien vind ik behoorlijk irritant. Ik glip dan snel weg naar de slaapkamer. Ik heb ontdek dat daar nooit andere mensen komen dan Daan en Lena.

‘Ooh jongens, hebben jullie het al gezien? Het is zo mooi!’ kirt Lena.

Wat gezien? Ik snap het niet. Wat bedoel je Lena?

Ondertussen volgen Brammetje en ik Lena naar de keuken. Brammetje dringt uiteraard al voor en duwt met zijn neus de keukendeur open zodra Lena de klink naar beneden heeft gedraaid.

‘Eerst even eten, dan laat ik jullie het zien.’

Even vergeet ik de heisa van Lena en stort me op het bakje met smakelijke voedsel.


‘Toe, eet even door,’ Lena staat ongeduldig naast ons te hupsen van het ene been op het andere met een broodje hagelslag in haar handen, waar steeds als ze een hap neemt wat van op de grond stuitert. Haar voeten heeft ze al in de zwarte DR. Martens gestoken. Ja, die naam ken ik, want toen ik nog wat kleiner was heeft Lena mij in een van die schoenen gestopt en er vervolgens een foto met haar mobieltje van gemaakt. Ik vond het niet zo leuk dat zij een plekje voor mij uitkoos om te zitten, ik kies ze liever zelf uit, maar Lena beloofde dat het niet lang zou duren, dus liet ik het gestaag over me heen komen.

Het ziet er heel maf uit, zo met haar blauwe badjas, blote benen en grijze sokken die bovenuit de DR. Martens steken. Het lijkt Lena niet te deren.

‘Ja zijn jullie klaar?’

Wat zou het toch zijn? Dit is geen feestjesvrolijkheid. Brammetje kijkt me vragend aan. Ik weet het ook niet. Ik weet wel dat ik niet zo van verrassingen houd en dat ik zo langzamerhand een onaangenaam gevoel in mijn buik krijg.

Lena loopt naar de balkondeur.

Jaaa we gaan naar buiten! Als een speer sprint Brammetje naar Lena toe.

Ik ben iets minder enthousiast. Naar buiten? Het is toch nog niet de tijd van het jaar? Wanneer ik mijn wintervacht begin te verliezen en ontzettend veel moet wassen om alle haren kwijt te raken, dan is het de tijd van het jaar dat we op het balkon gaan. Maar mijn vacht is nog super dik. Argwaan steekt bij mij de kop op en voorzichtig zet ik een paar stappen naar Lena toe.

Lena heeft de deur inmiddels al opengedaan. Een koude windvlaag glipt naar binnen. Brr, dat is koud! Ik zie dat Lena het ook koud heeft want ze slaat haar badjas nog eens stevig om haar heen, voordat ze op het balkon de hoek om stapt. Brammetje lijkt daarentegen nergens last van te hebben. Hij is ook al naar buiten het hoekje om getrippeld.

Ik vind het eerlijk gezegd een beetje spannend en twijfel of ik ook moet gaan. Voorzichtig zet ik nog een paar stappen. Dan steekt Lena haar hoofd om de hoek en zegt: ‘Waar blijf je nou? Kom maar Boris het is niets engs, dat beloof ik je.’ Ze schenkt me een bemoedigende glimlach.

Je durft niet he? Bangerik! Hoor ik Brammetje gniffelen. Dat is het zetje die ik nodig heb, want ik laat me niet zomaar uitschelden voor bangerik. Ik loop naar de deur en steek, met toch een beetje nieuwsgierigheid, mijn kop de hoek om.

‘Kijk hoe mooi! Dit is nou sneeuw!’ Lena straalt en strijkt met haar handen over de balustrade en wit poederachtig spul dwarrelt naar beneden.

Sneeuw?

Voorzichtig stap ik over de drempel, steek voorzichtig mijn poot uit en zet het voorzichtig neer. Hmm, lekker zacht! Maar dan...

AAHH WAT KOUD!

Bliksemsnel draai ik me om en vlucht het huis in. Achter me hoor ik een schaterlach van Lena en Brammetje ligt helemaal dubbel. Ik verstop me vlug onder de bank, voor het geval Lena me probeert te pakken en begin aan mijn poot te likken. Getsie, mijn hele poot is nat! Lena weet toch dat ik daar helemaal niet van houd? Geërgerd en chagarijnig blijf ik mijn poot likken totdat ik er weer een beetje gevoel in krijg. Voor mij geen sneeuw, nooit niet!


Lena en Brammetje komen al snel weer binnen, want Lena moet naar het werk. Ik heb me ondertussen opgekruld in het hoekje van de bank.

Als Lena weggaat geeft ze me nog een aai over mijn rug en biedt haar excuses aan. Als antwoord spin ik tevreden.


Die dag is er geen spoor te bekennen van Daan. Twee keer wordt het toilet doorgespoeld, waar Brammetje vervolgens aan de deur krabbelt om aandacht, maar Daan laat zich niet zien...

© 2018 by Martine Veenstra-Modderman

-

-