• Martine

Verandering


Het was zomaar een maandagavond. De zon scheen haar warmste stralen en zou binnen een uur achter de horizon verdwijnen. De meter had de 32º aangetikt die dag. Het was die avond tot ieders opluchting iets afgekoeld, maar de hitte bleef hangen en er stond geen zuchtje wind.

De jurk die Lotte aan had, een witte met donkerblauwe bloemen erop, plakte aan haar lijf. Ze had haar haren in een staart gebonden tegen de warmte, maar vanuit haar nekharen liepen er toch druppeltjes zweet over haar rug naar beneden.

Op een rustig tempo drukte ze met haar voeten op de pedalen van haar fiets en reed over het fietspad. Zonder erbij na te denken wist ze precies waar ze naartoe moest. Hier was ze immers de laatste weken elke keer naartoe gefietst. Haar benen brachten haar als vanzelf naar het doel. De banden die over de kleine steentjes van het fietspad heen rolden veroorzaakten knerpend geluid. Het geluid stelde Lotte gerust.

Sommige dingen blijven gelukkig altijd hetzelfde, dacht ze bij zichzelf.

Links van Lotte dreven de huizen en hun tuinen voorbij. De een zorgvuldig bijgehouden en de ander overwoekerd door onkruid en gras. Af en toe ving ze een glimp op van de mensen die zich op dat moment in hun tuin bevonden.

Aan de rechterkant van het fietspad waarop Lotte fietste, waren uitgestrekte weilanden te zien. In de verte zag ze een groene tractor rijden die nette horizontale banen maakte.

De huizen aan de linkerkant maakten plaats voor nog meer weiland. Hier en daar stonden wat groepjes bomen die, net als Lotte, smachtten naar verkoeling. Rechts van Lotte doemde een kudde schapen op. Gelukkig voor hen waren ze al geschoren, maar ondanks dat leken ze behoorlijk last te hebben van de warmte. Of ze waren gewoon moe. Hoe het ook zij, ze lagen allemaal in het gras, wat best een vredige indruk maakte.

Sommige dingen blijven gelukkig altijd hetzelfde, ging er door Lotte heen.

Lotte fietste verder. De zon zakte steeds een stukje verder naar beneden. De kleuren van de zon varieerden van rood naar verschillende soorten oranje. De lucht leek in vuur en vlam te staan en samen met de wolkeloze lucht vormde dat een waanzinnig contrast.

Sommige dingen blijven gelukkig wel altijd hetzelfde, dacht Lotte.

Even gingen haar gedachten naar wat ze achter zich gelaten had, maar vlug wapperde ze de gedachte weg en duwde wat harder op de pedalen van haar fiets.

Lotte reed de horizon tegemoet. Met heel haar hart verlangde ze ernaar om door te fietsen. Zo ver als maar kon en zo ver mogelijk van wat ze achtergelaten had. Het oneindige lonkte haar. Misschien later. Eerst wilde ze het moois bewonderen dat na al die weken haar veilige plekje was geworden, een plekje alleen voor haar.

Soms blijven dingen gelukkig altijd hetzelfde, maar vaak verandert er ook wel wat, ging er door Lotte heen en ze huiverde.

Ze fietste en fietste. En ze bleef maar fietsen. Haar in bruine sandalen gestoken voeten duwden op de pedalen en haar blote benen bleven draaiende bewegingen maken. Het voelde als een fijn ritme.

De stof van Lottes jurk wapperde losjes achter haar aan zoals dat het altijd deed als ze vaart maakte.

Sommige dingen blijven wel altijd hetzelfde, ging er door haar heen.

Lotte fietste en fietste. En ze bleef maar fietsen.

Een gedachte begon zich weer een weg te banen op weg naar Lottes bewustzijn, klaar om toegelaten te worden. De deur stond al op een kiertje, maar gauw sloeg ze de deur met een klap dicht.

Niet alle dingen blijven hetzelfde, ging er door Lotte heen en even sloeg ze haar ogen neer.

Voordat de tranen over haar wangen konden druppelen, knipperde ze verwoed met haar ogen en ademde even heel diep in en uit.

Haar voeten duwde ze nog een beetje harder op de pedalen van haar fiets en met haar benen gaf ze nog meer kracht. De rok van haar jurk wapperde nog harder achter haar aan. En nu, zoals ze al had verwacht, wapperden haar haren ook mee.

Sommige dingen veranderen gelukkig niet, ging er door haar heen.

Na wat wel uren leek bereikte Lotte eindelijk de plek die ze al wekenlang had bezocht. Plotseling merkte ze iets op. Alsof de wind bijna onopgemerkt van richting was veranderd, behalve dan dat er op dat moment geen zuchtje wind te bekennen was. Er was iets anders dat anders dan anders. was. Lotte trapte keihard op de rem. Met een wild bonkend hard sprong ze van haar fiets af en rende het veld in, de fiets met nog draaiende voorwiel achteloos op de grond achterlatend.

Het zweet stroomde in sliertjes over haar lijf van het harde fietsen. Nu ze gestopt was besefte Lotte pas hoe hard ze had gefietst.

Lotte knipperde nog eens met haar ogen, maar wat ze zag was geen gezichtsbedrog. Voorzichtig zette ze een paar stappen in het hoge gras. De stengels kriebelden over haar blote benen, maar dat voelde ze niet eens.

Het knalgele veld, dat hier een week geleden nog was, en de week ervoor, en die week daarvoor, was weg. De plek had vol gestaan met de mooiste gele bloemen die Lotte ooit had gezien. Wanneer ze weg wilde vluchten kwam ze hier en dan ging ze op haar rug tussen de gele bloemen liggen en staarde uren naar de blauwe lucht boven haar, af en toe een schuine blik werpend op de mooiste gele bloemen. Dan voelde ze zich veilig en geborgen en was alles heel even goed. Vol ongeloof zocht ze verwoed met haar ogen het hele gebied af, maar de gele bloemen waren nergens te bekennen. Wat Lotte wel zag waren talloze witte pluizige bollen. Verward druppelden de eerste tranen over haar wangen. Ze zakte door haar knieën en liet zich op de grond vallen. De tranen stroomden algauw als kleine riviertjes over haar wangen.

Waarom moeten er altijd dingen veranderen? vroeg ze zich wanhopig af.

Lotte strekte haar hand uit naar een bloem die eens geel was geweest. Kwaad rukte ze het uit de grond. ‘Waarom ben je veranderd?!’ riep ze hardop.

Plotseling stak er een windstoot op. Lottes haren wapperden in slierten om haar gezicht en de rok van haar jurk bolde op. De bloem die Lotte in haar handen vasthield begon hevig heen en weer te schudden, alsof het zich wilde losrukken. Nog een stevige windvlaag en de witte pluisjes begonnen los te komen. Een voor een lieten ze zich los van de stengel en werden meegevoerd met de wind.

‘NEE!’ riep Lotte verschrikt uit.

De wind ging net zo plotseling weer liggen als dat het gekomen was.

Lotte keek naar de bloem in haar hand, of wat er van over was. Een groene steel met aan de bovenkant een bruin bolletje. Alle pluisjes waren weg.

Waarom moeten dingen altijd veranderen? Vroeg Lotte zich me met een betraand gezicht af.

De bloem, die geen bloem meer was, smeet ze op de grond. Een golf van machteloosheid overviel haar en plotseling krabbelde ze overeind en maaide woest met haar armen om zich heen.

‘Waarom verandert alles?’ Riep ze uit.

Met natte wangen van de tranen sloeg en schopte Lotte om zich heen, elke pluizenbol rakend die ze tegenkwam. Tot haar voldoening lieten de pluisjes los en waaiden weg. Ze stopte pas toen er alleen nog maar groene stengels met bruine bolletjes over waren.

Lotte draaide zich abrupt om, raapte haar fiets van de grond en fietste terug naar huis.

Het was zomaar een maandavond. De zon deed haar best om de aarde te bestralen met haar warmte. Hoewel het niet lang meer duurde voordat de zon achter de horizon zou verdwijnen, was het nog behoorlijk warm.

Lotte fietste. Haar benen maakten automatisch draaiende bewegingen en haar armen stuurden haar in de juiste richting. Ze hoefde niet na te denken over waar ze naartoe moest.

Links en rechts schoten de huizen, de bomen en de schapen voorbij zoals het altijd deed.

Lotte had haar haren in een staart gebonden en het wapperde in slierten achter haar aan. Ze had een jurkje aangetrokken. Een witte met donkerblauwe bloemen erop.

Gelukkig blijven sommige dingen hetzelfde, ging er door Lotte heen.

Ze fietste en fietste. De gedachte aan wat ze achter zich gelaten had verdrong ze, evenals de gedachte aan wat haar te wachten stond. Toch fietste ze door.

Na wat wel uren leek bereikte Lotte het veldje. Plotseling trapte ze keihard op de rem. Haar ogen wisten niet wat ze zagen. Verrukt sprong ze van haar fiets en rende naar het veld, de fiets achteloos op de grond achterlatend.

Het veld stond vol bloemen, de mooiste gele bloemen die Lotte ooit had gezien!

‘Jullie zijn er weer!’ riep ze verrukt uit. Met een brede glimlach baande ze zich een weg door het hoge gras naar de bloemen. Toen ze het midden had bereikt begon ze rondjes te draaien en danste ze door het veld.

Abrupt viel Lotte stil in haar bewegingen en de lach stierf van haar gezicht. Vanuit haar ooghoek zag ze het. Een witte pluizige bol tussen de honderden gele bloemen.

De boosheid kwam vrijwel meteen opzetten. Ze beende met stevige passen door het veld, maar plotseling stak er een flinke wind op waardoor ze meteen weer stil ging staan. De witte pluizige bol begon hevig heen en weer te schudden, net als de gele bloemen. De witte pluisjes raakten een voor een los en zweefden met de wind weg. De wind ging net zo snel weer liggen als dat het gekomen was. Tot Lottes zowel verbazing als verrukking stonden alle gele bloemen nog op hun plek. Plotseling begon Lotte iets te dagen. Ze keek aandachtig naar de gele bloemen. Toen naar de witte pluisjes die in de lucht zweefden. Haar blik dwaalde af en ze staarde in de verte naar het stuk dat ze net voorbij gefietst was.

En toen wist ze het. Met haar ogen zocht ze het veld af. Er moeste vast meer zijn. Ja, daar!

Lotte plukte de bloem en bracht de pluizige bol tot vlak voor haar lippen. Ze haalde diep adem en blies zo hard als ze kon weer uit.

‘Laat maar los, dan kun je weer groeien en bloeien,’ zei ze, nadat de laatste pluisjes zich los hadden gelaten.

Vol verwondering keek Lotte toe hoe de pluisjes door de lucht zweefden, meegevoerd door de wind. Met de groene steel, waar alleen nog een bruine kop op zat, in haar hand rende ze achter een pluisje aan. Het pluisje voerde haar van links naar rechts, zigzaggend door het gras heen. Na een tijdje bereikte het pluisje steeds verder de grond en viel toen neer.

Soms is verandering goed, ging er door Lotte heen en ze glimlachte. Terwijl ze weer richting het fietspad liep, spreidde ze haar armen en streek met haar vingertoppen over de gele bloemen. Nadat ze het hele veld overgestoken was stapte ze op haar fiets en reed naar huis.


Slechts naar aanleiding van bovenstaande foto schreef ik een compleet verhaal. Een goeie tip voor als je schrijfinspiratie zoekt!



Foto: Dawid Zawila / Unsplash

2 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven

Vergevende dromen

Ik loop door de straten in de buurt waarvan ik weet dat jij daar woont. Niet dat ik er ooit geweest ben, maar ik weet het. De regen druppelt zacht vanuit de hemel op de grond als een verendeken. Ik me

© 2018 by Martine Veenstra-Modderman

-

-